zaterdag 20 april 2013

Dag 6: presenteren en publiceren

Dag zes heb ik verwerkt in een powtoon. Dit is een presentatie programma op internet. de theorie van dag zes staat hier in verwerkt.


Verder heb ik nog een powerpoint gemaakt van een opdracht.
Opdracht: bereid een presentatie voor volgens de vijf stappen.

Opdracht:

1.      Thema: Pesten

2.      Probleem: Cyberpesten; L wordt gepest op twitter, (filmpje stop pesten)

3.      oplossing: Protocollen en afspraken.

4.      voordelen: Veiligheid, betere sfeer, waardevolle communicatie.

5.      actie: Met kinderen contract opstellen en ondertekenen, gezamenlijke account openen.

Aan het einde van de middag werd er nog gesproken over het concept:"Flipping the classroom". Ik zelf ben er nog wat pessimistisch over omdat simpel gezegd ik denk dat niet alle mensen in staat zijn om hun lessen voor te bereiden thuis door omstandigheden,karakters,drukte, prioriteiten etc. Daarbij vind ik persoonlijk dat kinderen naar school gaan om te leren en als we hieraan beginnen dan kunnen ze later de verwerking ook wel thuis maken en hoeft er geen kind meer naar school. Iedereen gaat zichzelf dan in eigen tijd maar iets aanleren en juist die structuur in de maatschappij vind ik prettig.

Flipping the classroom is het maken van instructie filmpjes die thuis bekenen dienen te worden zodat de kinderen in de klas meteen aan de slag kunnen. Ze zijn niet bedoeld voor extra oefenen thuis maar echt als voorbereiding. Het maken van het filmpje is het halve werk. Daarbij komt vooral kijken hoe je je les geeft die daarop volgt.

Persoonlijke en professionele ontwikkeling

Ik ben nu enkele weken verder en bekijk presentaties met een kritischere blik. Overal zie je bullet-points  terugkomen. Ik merk dat ik zie wat er niet goed aan is, maar hoe maak je een presentatie dan goed? Dit hebben we geleerd tijdens bijeenkomst 6 maar in praktijk blijkt dit toch lastiger. Je wilt je infromatie kwijt en denkt dat dit dus wel in een dia moet. Ik heb verschillende handreikingen nu die me kunnen helpen een presentatie van belang te maken. Zo let ik op bullet-points maar bereid ik alles eerst voor op papier. Hier maak ik een onderverdeling van en probeer er eerst zoveel mogelijk visueel op in te springen. Kan ik stukken vertellen a.d.h.v een plaatje? Met eventueel een vraagstelling erbij, die prikkelt om mensen na te denken? Daarna voeg ik teksten toe die ik van belang vind. Door deze insteek voorkom je al dat je overal teksten schrijft. Daarna ga ik kijken of ik door active vormen het doel ook kan bereiken.
Als ik het format: Thema, probleem, oplossingen, voordelen, actie kan gebruiken doe ik dit.




donderdag 4 april 2013

Dag 5: digiborden


Als je altijd doet, wat je altijd deed, krijg je altijd dat, wat je altijd al had.




Het invoeren van digiborden is een proces. Het digibord is een gereedschap. Het is de docent die het verschil maakt. Je ziet in de loop van de tijd verandering. Eerst was het digibord enkel een schoolbord, vervolgens werd het een presentatiemiddel,  daarna werd het ook interactief gebruikt door en quiz bijvoorbeeld. 

Het voordeel van een digibord is dat je bronnen altijd binnen handbereik hebt, het boeit de leerlingen, instructies zijn gemakkelijk op te slaan en er is een mogelijkheid tot interactie. De nadelen zijn echter dat je afhankelijk bent van techniek, ook loop je het risico om frontaal les te geven en het kost tijd om je bronnen te zoeken. 

Van hebben naar gebruiken.
Hoe kun je nou met een digitaal bord van instrumenteel naar intentioneel gebruik gaan?
Instrumenteel gebruik: De kinderen kijken en luisteren. Instrumenteel gebruik is een filmpjes tonen, op het bord schrijven etc.  



 
Intentioneel gebruik: hoe laat ik mijn leerlingen het beste leren. Je denkt na over de mogelijkheden die het bord in je les kan bieden.  Intentioneel gebruik is dat je nagedacht hebt hoe nuttig het ingezet kan worden. Waarom kan dit goed in de les werken en wanneer is het slimmer om het anders te doen? Deze vragen stel je jezelf voor een les om het digibord intentioneel te gebruiken.

Om het digibord dus intentioneel te gebruiken denk je over het volgende na:
 
  • Intentionele informatie: kan mijn informatie intentioneel gebracht worden
  • Aansluiting eigen doelen: sluit ik aan bij mijn doelen om het op deze manier te brengen 
  • zelf relevantie:  wordt het wel leuk, ik zie het bij collega’s. 
  • waargenomen nut: ja het voegt iets toe aan mijn lessen. 
Een digitaal bord hangt vaak voorin in de klas dit geeft de neiging om frontaal les te geven.  60 % in Belgie kiest voor een liggend bord om kinderen een andere didactische werkvorm te laten ervaren. Meerdere kinderen tegelijk om een bord geeft mogelijkheden. Ze werken samen, communiceren en verwerken met meerdere kinderen tegelijk één opdracht.
 






Beauchamp heeft het over fases die je doorloopt met het werken met een digibord. 
Fase 1: vervanging zwart krijt bord naar digitaal bord. Met de pen op bord, je doet hetzelfde.
Fase 2, Leerling gebruiker: De vordering van een leerling gebruiker hangt samen met het combineren van de pedagogische context en zijn ICT vaardigheden. Door deze te kruisen leert de leerling gebruiker.
Fase 3: beginnende gebruiker: bestaande onderwijscompetenties worden verstrekt.
Fase 4: gevorderde gebruiker: door het gebruik van het digibord worden er mogelijkheden op het internet gevonden die de lessen verreiken, de gebruiker is al spelend rond aan het kijken en aan het ontdekken. 
Fase 5: samenwerkende gebruiker: leerkracht en leerling combineren ICT vaardigheden. Er ontstaat een nieuwe vrijheid in de pedagogiek. 
Als je deze fases doorgaat is het  gebruik van een digibord instrumenteel naar intentioneel. 
Samenvattend heb ik onderstaand schema gevonden die bovenstaande duidelijk maakt.


 
Bovenstaande hebben we in de ochtend besproken. Na de pauze hebben we mogelijkheden gezien hoe je interactief les kan geven met behulp van een i-pad. Nearpad is een app die het mogelijk maakt om de leerlingen op de ipad hetzelfde te presenteren als op een digibord. Ze kunnen binnen deze app vragen beantwoorden. De antwoorden worden schematisch op het digibord gepresenteerd. Dit geeft veel mogelijkheden voor je onderwijs. Je kunt tussendoelen toetsen en kinderen actief mee laten denken.

Ook prowise is een programma om interactief les te geven. De kinderen kunnen bijvoorbeeld op de i-pad brainstormen en dit is dan gezamenlijk te zien op het digibord. 


Door deze toepassingen stimuleer je Lean forward onderwijs bij kinderen.
Lean forward: Ik doe, ik beleef. 
Een tegenstelling van lean forward onderwijs is lean back onderwijs.
Leanback onderwijs: luisteren, kijken en lezen.

Door de output bij de leerling te leggen krijg je meer leerrendement. Dit heet pro actieve media. De leerkracht houdt de regie en de output ligt meer bij de leerlingen, ze communiceren, plannen, ontwerpen, sturen en kiezen. 

Vertel het me en ik zal het vergeten, laat het me zien en ik zal het onthouden,laat het me ervaren en ik zal het me eigen maken.



Persoonlijke en professionele ontwikkeling
Tot de ontdekking kwam ik tijdens deze bijeenkomst dat ook ik het digibord gebruik om op te schrijven en filmpjes te laten zien. Ik laat de kinderen nauwelijks echt opdrachten op het digibord doen. Door deze bijeenkomst heb ik buiten het feit dat ik meer kennis en ideeën op heb gedaan ook inzicht gekregen over wat intentioneel gebruik inhoud.
Ik kijk naar de filmpjes en krijg ideeën als persoon om mijn lessen aan te passen zodat de kinderen lean forward gedrag vertonen. Ze moeten actief meedenken doordat er iets van de kinderen gevraagd wordt. Ook denk ik na over mijn lesvoorbereidingen. Kan ik het digibord intentioneel inzetten. De laatste weken heb ik enkele aanpassingen gedaan door bovenstaande bewustwording. Zo laat ik kinderen werkwoordspelling schema's invullen op het bord terwijl de rest een werkblad invult. De kinderen geven de pen tijdens de les door. Bij de methode rekenrijk worden na elke les twee vragen gesteld om het doel te toetsen. Een groepje krijgt de pen en lost dit gezamenlijk op het bord op. Mindmaps en oefeningen worden door de kinderen op het bord beschreven. Tijdens de tekenlessen zijn er steeds een paar kinderen die de tekenopdracht op het digibord uitvoeren. Veel ideeën die de motivatie en betrokkenheid prikkelen.

Hoe ga ik mijn collega's prikkelen om hierin mee te gaan. Doen zij dit al op deze manier of wordt het bord vaak instrumenteel ingezet?
 


Sollicitatie

Zo..

Door middel van een animatie filmpje heb ik gesolliciteerd voor de LB functie bij BS de Branding. Ik ben drie uur bezig geweest met onderstaand filmpje van ongeveer 2 minuten.

http://www.youtube.com/watch?v=uqQJytpGRkY

Veel kijkplezier!

PS. Ik ben aangenomen!!!

zaterdag 16 maart 2013

Dag 4: sturing bij veranderingsprocessen

Voor een verandering is leiderschap nodig


 

Easycratie: nieuwe wegen vinden.


Vroeger was de term kennis is macht van toepassing  maar tegenwoordig heeft iedereen toegang tot die kennis. Daardoor is de Easycratie onstaan. Easycratie zijn bestaande mogelijkheden benutten, beter gebruik maken van aanwezige kennis, ruimte voor initiatieven van onderaf( de machthebber heeft niet alle wijsheid in pacht). Kennis delen levert tegenwoordig meer op dan kennis afschermen. Een goed voorbeeld is wikipedia die kennis bundelt geschreven door de zwerm.
Het doel van Easycratie is organisaties beter maken, werken leuker en gemakkelijker maken.
Door deze manier van denken is ook het crowdsourcing ontstaan: dit is een collectieve denktank voor iets. Allerlei vakmensen die meedenken. Zij denken mee met oplossingen en innovaties. Voor Easycratie is een veranderingsproces nodig...
 

Sturen bij veranderingsprocessen.


Het eerste gedeelte van de ochtend ging over de Hiërarchie zoals wij hem kennen: landelijk overheid, bestuur, directie, leraren, leerlingen, ouders. Dit schema  geeft goed weer hoe het nu gaat. Iedereen heeft een baas en speelt de baas en probeert zo invloed uit te oefenen.

Michael Fullan heeft daar de volgende visie over. Verandering werkt niet als keten wordt doorbroken.
Whole system approach: zorg dat allen partijen even belangrijk zijn.
Om verandering te kunnen doorvoeren zijn alle partijen van belang.

 
 
 
 
 
Je hebt verschillende leiderschapsmodellen. Wij hebben ons verdiept in twee modellen
Het Angelsaksisch model: vertrouwen is goed, controle is beter.
Het Rijnlands model: inspiratie door zelfvertrouwen.
 Hieronder hebben we de twee modellen geanalyseerd en onderverdeeld in categorieën


 
Rijnlands
Angelsaksisch
Basishouding
Meer ruimte voor overleg. Kleinschaligheid. Ook oog voor andere zaken dan het belang van de aandeelhouder alleen.
Dingen worden opgelegd van boven. Aanhouder is de baas. Duidelijk wie de baas is en wie verantwoordelijkheid heeft. Centraal staan geld macht en heldendom. Coördinatie door regels. Weinig vertrouwen in individu
Aansturing
De manager als meewerkend voorman.
Aanhouder is de baas.  
Professionele ruimte
Meer waardering voor vakmanschap, kwaliteit en geluk
Geld is de enige maatstaf. beperkt werkgebied. Groeimogelijkheden in het klimmen van de hiërarchie.
groeimogelijkheden
Alles gericht op de lange termijn.
Het doorvoeren van. Gericht op korte termijn winst
Omgaan fouten
Slecht winstgevende bedrijven worden kunstmatig in stand gehouden.
In staat om zich steeds te vernieuwen.
Nadelen
De overleg cultuur zorgt voor een trage besluitvorming en soms zelfs voor besluiteloosheid. Er is minder onderneming schap en minder drang om te excelleren. Gevaar voor hobbyisten.  Voorzichtig en saai vanuit historisch perspectief.
Wie niet presteert wordt ontslagen. Heeft in veel landen geleid tot grote verschillen tussen arm en rijk. De huidige crisis is veroorzaakt door eenzijdige focus.
Voordelen
Werkplezier van de werknemers.
Het is volstrekt duidelijk wie de baas is en wie welke verantwoordelijkheden heeft. Wie excelleert krijgt meer loon.

 
Een andere visie op het leiderschap is die van Jim Spilane:
 
SpillaneLeiderschap gaat om beïnvloeding. Beïnvloeding van gedrag, emotie en diepere waarde(cultuur op school).
Leiders en volgers zorgen voor leiderschap. Door dit te spreiden krijg je concreet handelen.

Leiderschap gaat niet alleen om de persoon maar ook de situatie waarin je begeeft. Dus welke kant wil directie op en wat kan jouw rol daarin zijn.
 
 
 
"Leiderschap verwijst naar die activiteiten die ofwel





begrepen worden door, ofwel ontworpen worden door organisatie leden met het oog op het beïnvloeden van de motivatie, de kennis, de emotionele betrokkenheid en het handelen van andere organisatieleden, ten dienste van het veranderen van het kernproces van de organisatie."

Definitie van Spilane
Al die leiderschap vindt zich plaats in een professionele ruimte. Zo heb je bewegingsruimte waar je rekening mee moet houden.
Bewegingsruimte houdt in hoeveel invloed je hebt of kunt  uitoefenen in de werkprocessen. Je moet ook de ruimte krijgen om leiderschap uit te voeren.
In een professionele ruimte mag je ook uitgaan van zelfsturend vermogen. Wij kregen een filmpje te zien wat duidelijk maakt dat mensen van zichzelf uit zelfsturend vermogen hebben. Je kunt daardoor ook uitgaan van bepaalde verwachtingen in een professionele ruimte.

Als je nadenkt over die professionele ruimte welke vrijheden en verantwoordelijkheden zouden collega's dan mogen krijgen als je bijvoorbeeld een tablet wilt invoeren in het onderwijs? Deze opdracht hebben we uitgedacht en onderstaand schema geeft weer wat volgens ons de vrijheden en verantwoordelijkheden zijn van collega's

Vrijheid
Verantwoordelijkheid
Ervaren hoe het werkt.
Ontdekken wat er aan aanbod is.
Vrijheid in de momenten waarop.. ( zelf in mogen plannen)
In gebruik en klassen managment ( plek, bij welke les, op welke manier)
 
Kennis en inzicht in digitale middelen. Structureel in de klas toepassen.
Intrinsieke motivatie van vernieuwingen.
Doel van team; twee keer per week.

 Hoe geef je vervolgens sturing aan bovenstaande als het niet loopt?

Je vraagt je af, hoe komt het dat het niet loopt? Vervolgens begeleiding of in gesprek gaan met, bevragen naar probleem, achterhalen waar het probleem ligt.. Actie>Reactie. Enthousiast overbrengen en blijven.  

Je kunt elkaar ook versterken: je versterkt elkaar door je leiderschap te verspreiden. De rest volgt..
verspreid leiderschap:
Je versterkt je leiderschap door 4 elementen: toekennen van leiderschap: je wordt gevraagd en daarbij iets van je verlangd. Verwerven: door kennis te laten zien kun je een leider worden. Situatie: je bent op dat moment op de juiste plek. Ervaren professionele ruimte: ervaringen opdoen door ervaring wordt je leider.

Wie wordt de leider: dit kan door naar de kenmerken te kijken: kwaliteit, ervaring, uit te voeren werkzaamheden.
In de professionele ruimte waarin leiderschap verspreid is kun je toch sturing geven door doelen te stellen, middelen te geven en ze laten verantwoorden.

 
Doelen stellen: Maak duidelijke afspraken met elkaar.
Middelen geven: stel kaders waarbinnen initiatief mogelijk is en omschrijf wat je niet wilt.
Verantwoorden: doe dit in een dialoog met elkaar.
Wat ook belangrijk is dat mensen plezier in dingen hebben( fun theorie)



 
Persoonlijke en professionele ontwikkeling

Als easycratie nu al een stroming is wat betekent dat voor ons stelsel wat betreft betalingen, vergoedingen voor taken? Na het lezen van de theorie vraag ik me dit wel af. De toekomst zal het uitwijzen. Gaan mensen vergoedingen vragen voor advies?
 

 Na het lezen en bestuderen van de theorie bedenk ik me hoe ik mijn leiderschap in ga vullen. Hoe ga ik sturing in de praktijk brengen? Door meer draagvlak te creëeren bij collega's en ze goed te betrekken in het gehele proces. Mijn leiding kan ik spreiden om zo ook meer draagvlak te creëeren. Ik zie verschillende stromingen door professionele ruimte.
 
Ik zie dingen van het Rijnlandsmodel en het Angelsaksisch model terug.


Vertaling onderwijs:
In het onderwijs zie ik beide modellen terug, Rijnlandsmodel zie ik terug in de vormen van overleg waarin iedereen mee denkt en op lange termijn doelen uitvoert. Er is werkplezier bij werknemers, ruimte voor vakmanschap. Geeft werknemers vertrouwen. Fouten maken mag. Als iets niet werkt wordt het toch lange tijd stand gehouden.


Het Angelsaksisch model zie ik terug aan de opbouw van zeggenschap. Directie houdt eindverantwoordelijkheid. Fouten worden afgestraft door ontslag. Er wordt geen vertrouwen gegeven. Prestatie gericht. Klimmen hiërarchie( LB-functie)
Vertaling klas:


Angelsaksisch model: De leerkracht heeft eindverantwoordelijkheid. De rol van de leerkracht" ik zeg hoe het moet, leerling volgt". Prestaties tellen. Verschuiving naar Rijnmodel: meer coachend dan leidend, meer ruimte om fouten te kunnen maken.


 

zaterdag 9 maart 2013

Dag 1 tm 3: inhaalslag studie

Zo daar gaat hij dan! Mijn eerste Blog over mijn studie Ontwikkelaar onderwijs en ICT. Gisteren even een inhaalslag proberen te maken. Vier uur informatie was  wat veel maar ik ga het hieronder proberen samen te vatten.

Vandaag heeft Andre me uitgelegd wat er van mij verwacht wordt met betrekking tot de studie. Zo hebben we een electronische leeromgeving waarin alles te vinden is, houden we een matrix bij en natuurlijk deze blog.

De informatie van de eerste opleidingsdagen in een notendop;)

T-pack model:


Het t-pack model beschrijft de kennis die een leraar nodig heeft om ICT te intergreren in het onderwijs.
CK: Vakinhoudelijke kennis
PK: Didactische kennis
TK: Technologische kennis


Dit model zou je tot het nemen van de volgende stappen moeten zetten:
1) Herkennen
2) Accepteren
3) Toepassen
4) Gebruiken

5) Geavanceerd toepassen

Dit kan je lesaanbod versterken. Je moet het niet zien dat het erbij komt als je het op de juiste manier integreerd.


Hoe ziet het T-pack model eruit wat betreft de schoolontwikkeling. Om op een juiste manier het T-pack model te integreren moeten er vier factoren in balans zijn. Als je dus iets nieuws toevoegt heeft het een grote kans van slagen door het model 4 in balans.

Visie:
Kennis attitude en vaardigheden: deskundigheid
Software content: juiste leermiddelen
ICT-infrastructuur: hardware:







Samenwerkend leren en de media:

 
De wereld is veranderd, in een veranderde omgeving is aanpassing het gevolg.

Wat zijn nu eigenlijk de verschillende tussen het onderwijs van vroeger en van nu?





De klas van vroeger
De klas van nu
- Leerkracht is de grootste informatiebron
- Veel klassikaal, stap voor stap.
- Leerkracht bepaalt het doel en de weg waarop die behaald wordt.
- Leekracht is de deskundige.
- Kennis is vrij beschikbaar, via verschillende media.
- Veel samenwerkend leren.
- Leerdoelen behalen kan via verschillende wegen.
- Kinderen hebben meer inbreng in eigen leren (eigenaarschap).
- Leerkracht is meer een coach.


Bij samenwerkend leren zorgt de leerkracht voor:

  • Veiligheid creëren
  • Doel voor ogen houden
  • Structuur helder stellen
  • Stimuleren van oplossingen
  • Spelregels duiden
  • Waakt voor zijn/haar coachende rol

Kortom; je mag als leerkracht niet de beperkende factor zijn in het leren van de leerling.

21st Century Skills
In de 21ste eeuw gaat de verandering van de wereld gewoon door. Minder productie maar meer verlening van diensten. Informatie is een belangrijke factor. Onderwijs verandert. Ons doel is om kinderen klaar te stromen voor de maatschappij, maar zijn we daar op dit moment ook echt mee bezig?  Welke vaardigheden heeft een kind eigenlijk nodig voor onze vorm van maatschappij?
Onderstaand model geeft mij inzicht in de nodige 'skills' (vaardigheden). Dit model kunnen we integreren in ons onderwijs om meer tegemoet te komen aan ons doel. Het voorbereiden op de maatschappij van nu.
Jouw rol als leerkracht wordt meer coachend en het samenwerkend leren krijgt meer prioriteit.